uitdeelde
Wat is de betekenis van uitdeelde?
uitdeelde betekent: enkelvoud verleden tijd van uitdelen
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van uitdelen
Voorbeelden van "uitdeelde" in een zin
- ... dat ik uitdeelde.
- ... dat jij uitdeelde.
Veelgestelde vragen over uitdeelde
Wat is de betekenis van uitdeelde?
uitdeelde betekent: enkelvoud verleden tijd van uitdelen
Hoe gebruik je uitdeelde in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uitdeelde.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek