uitdeelde

Wat is de betekenis van uitdeelde?

uitdeelde betekent: enkelvoud verleden tijd van uitdelen

Betekenis

werkwoord
  1. enkelvoud verleden tijd van uitdelen

Voorbeelden van "uitdeelde" in een zin

  • ... dat ik uitdeelde.
  • ... dat jij uitdeelde.

Veelgestelde vragen over uitdeelde

Wat is de betekenis van uitdeelde?

uitdeelde betekent: enkelvoud verleden tijd van uitdelen

Hoe gebruik je uitdeelde in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik uitdeelde.