uitdunnen

/ˈœydʏnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) geleidelijk minder bezet raken
    Ten gevolge van de principes gevolgd in de herbouw is de stadsbevolking toch aanzienlijk uitgedund.
  2. ov (ov) dunner bezet maken
    Ze zijn bezig het bos uit te dunnen.