uitgroeide

Wat is de betekenis van uitgroeide?

uitgroeide betekent: enkelvoud verleden tijd van uitgroeien

Betekenis

werkwoord
  1. enkelvoud verleden tijd van uitgroeien

Voorbeelden van "uitgroeide" in een zin

  • ... dat ik uitgroeide.
  • ... dat jij uitgroeide.