uitgroeide
Wat is de betekenis van uitgroeide?
uitgroeide betekent: enkelvoud verleden tijd van uitgroeien
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van uitgroeien
Voorbeelden van "uitgroeide" in een zin
- ... dat ik uitgroeide.
- ... dat jij uitgroeide.
Veelgestelde vragen over uitgroeide
Wat is de betekenis van uitgroeide?
uitgroeide betekent: enkelvoud verleden tijd van uitgroeien
Hoe gebruik je uitgroeide in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uitgroeide.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek