woorden
boek
Start
›
U
›
uitplanten
uitplanten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
ov, tuinieren
(ov) (tuinieren) zaailingen in vollere grond planten
Hij had zijn viooltjes uitgeplant en water gegeven.
Verwante woorden
uitpak
uitpakken
uitpakkend
uitpakkende
uitpakker
uitpakkers
uitpakt
uitpakte
uitpakten
uitpel
uitpelden
uitpellen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← uitplant
uitplantte →