uitplant
Wat is de betekenis van uitplant?
uitplant betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten
Voorbeelden van "uitplant" in een zin
- ... dat ik uitplant.
- ... dat jij uitplant.
- ... dat hij uitplant.
Veelgestelde vragen over uitplant
Wat is de betekenis van uitplant?
uitplant betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten
Hoeveel betekenissen heeft uitplant?
uitplant heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je uitplant in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uitplant.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek