uitplant

Wat is de betekenis van uitplant?

uitplant betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitplanten

Voorbeelden van "uitplant" in een zin

  • ... dat ik uitplant.
  • ... dat jij uitplant.
  • ... dat hij uitplant.