uitpraat

Wat is de betekenis van uitpraat?

uitpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpraten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpraten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpraten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpraten

Voorbeelden van "uitpraat" in een zin

  • ... dat ik uitpraat.
  • ... dat jij uitpraat.
  • ... dat hij uitpraat.

Veelgestelde vragen over uitpraat

Wat is de betekenis van uitpraat?

uitpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpraten

Hoeveel betekenissen heeft uitpraat?

uitpraat heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je uitpraat in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik uitpraat.