uitproberen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) van tevoren proberen of het bevalt
    Ze wilden de boot eerst uitproberen voordat ze ermee op vakantie gingen.
    Een geuzennaam die alleen hij mocht gebruiken en die ik daarna direct uitprobeerde in gebarentaal.
    Hier was duidelijk het verschil in leeftijd te zien: jonge kerels willen alles uitproberen, hoe gevaarlijker hoe beter.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘op bruikbaarheid testen, op de proef stellen’ voor het eerst aangetroffen in 1932

Vertalingen

Spaansprobar