uitschiet

Wat is de betekenis van uitschiet?

uitschiet betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitschieten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitschieten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitschieten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitschieten

Voorbeelden van "uitschiet" in een zin

  • ... dat ik uitschiet.
  • ... dat jij uitschiet.
  • ... dat hij uitschiet.