uitspreiden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. iets over een groter oppervlak leggen
    Dan de zuurkool erbij. Uitspreiden in de pan, appelsap erbij tot het bijna onderstaat een minuut of tien laten koken. Het sap dik in, af een toe even roeren. Aardappeltjes koken, kappertjes door de crème fraîche roeren. Rookworst in warm water laten wellen.de Telegraaf FELIX WILBRINK 02 jan. 2018
    „Nee, ik ga mijn pluim niet verder uitspreiden dan ie nodig is. Vergeet niet dat VVD en PvdA nu zaken terugdraaien, nadat ze eerst verkeerde keuzes hebben gemaakt. Eerst bezuinigen op de zorg en nu wil de VVD er ineens twee miljard tegenaan gooien. In tijden van crisis belastingen verhogen en nu ineens gaan ze weer omlaag. Dat vind ik gewoon niet juist.”de Telegraaf WOUTER DE WINTHER EN LISE WITTEMAN 04 mrt. 2017
  2. door uitvouwen over een groter oppervlak leggen
    Het is een nostalgische manier van vervoer. Zo'n coupé met uitklapbedden en een steward die de lakens voor je uitspreidt. 's Nachts heerlijk slapen in het schommelritme, af en toe het vertrouwde geluid van een langsrazende tegenligger. En tijdens elke stop even door het gordijntje gluren naar de drukke reizigers op het perron. Toegegeven, je tanden poetsen bij een minifonteintje is weer wat minder maar kom op: mag reizen nog een klein beetje avontuurlijk zijn?de Telegraaf MARJOLEIN SCHIPPER 30 okt. 2014

Uitdrukkingen

  • de vleugels uitspreidenweg gaan van huis en de wijde wereld intrekken

Vertalingen

Engelsscatter, sprawl, spread out