uitvoerigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het groot en omvangrijk zijn
    Of om eene vergelijking te gebruiken, ontleend aan het tijdperk, waaruit het onderwerp is genomen, - deze studie doet vaak denken aan de uitvoerigheid der middeleeuwsche miniatuurschildering, niet altijd aan hare kunst. [https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?identifier=MMUBVU02%3A000006254%3A00006&query=uitvoerigheid&coll=boeken Verslag over de verhandeling van den Heer Aem. W. Wybrands: 'De abdij Bloemhof te Wittewierum in de dertiende eeuw' Borret, Theodorus Henricus Maria Hubertus 1882]

Etymologie

* afleiding van uitvoerig