breedsprakigheid
vrouwelijk (de)/bret'sprakəxhɛɪt/
Wat is de betekenis van breedsprakigheid?
breedsprakigheid betekent: het (te) veel woorden gebruiken bij het spreken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het (te) veel woorden gebruiken bij het spreken
Voorbeelden van "breedsprakigheid" in een zin
- Hij verliet de bombastische versmaat met zijn cesuur door de regels in een viervoetig metrum te persen, zoals men in proza met breedsprakigheid strijdt.
- “We hebben duidelijke overeenkomsten, ja. Breedsprakigheid, graag een verhaal vertellen – ook al is het voor de vijftiende keer, creativiteit en vasthoudendheid. Ik moet het namelijk niet hebben van mijn talent, maar van heel erg m’n best doen.”
Etymologie
* afleiding van breedsprakig
Vertalingen
Engelsprolixity
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek