uurwerk

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) een mechaniek dat de tijd bijhoudt of aangeeft
    Het carillon is voorzien van een uurwerk zodat het overdag elk halfuur een wijsje laat horen.
    Hun rondleiding begon vlakbij in de Oude Stad, waar Renata hen met vaste hand van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid leidde terwijl ze hen overlaadde met jaartallen en namen over het astronomische uurwerk op het raadhuis uit 1389, over de kruittoren uit de elfde eeuw die in 1475 eerder om esthetische dan om militaire redenen werd omgebouwd en over hoe de Dertigjarige Oorlog begon in de burchtwijk Hradtany met een rel waarbij in 1618 de afgevaardigden, van welke kant ze ook waren, uit een raam werden gegooid.

Vertalingen

Engelstime piece, clock
Franshorloge
DuitsUhr
Spaansreloj
Italiaansorologio
Portugeesrelógio
Zweedsur