vastheid

vrouwelijk (de)/ˈvɑsthɛit/

Wat is de betekenis van vastheid?

vastheid betekent: de zekerheid die iemand heeft in denken en handelen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de zekerheid die iemand heeft in denken en handelen
  2. een sterke samenhang hebbend en daardoor moeilijk te veranderen en hard aanvoelend

Voorbeelden van "vastheid" in een zin

  • De wisselvalligheid in zijn spel tegen Fognini was drie dagen later tegen Paire zeker nog niet verdwenen. Murray leverde in de eerste set zijn tweede en derde servicegame in, maar de 28-jarige Fransman miste eveneens de nodige zuiverheid en vastheid in zijn slagen. Bij 5-5 was de strijd in de eerste set nog helemaal open. In de tiebreak sloeg Murray echter genadeloos toe (7-1).de Telegraaf 10 jul. 2017 [https://www.telegraaf.nl/sport/tennis/252122/paire-kan-murray-niet-verrassen Paire kan Murray niet verrassen ]
  • Amsterdammers hebben hun voorronde op zondag 27 september, de dag dat ook de finale in het Amsterdam Food Center aan de Jan van Galenstraat wordt gehouden. De jury beoordeelt de ballen op rulheid, vastheid, sappigheid, smaak, vorm, braadtechniek en uiterlijk.de Telegraaf 02 sep. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/508961/ben-jij-kampioen-in-gehaktballen-maken Ben jij kampioen in gehaktballen maken? ]

Betekenis en uitleg van vastheid

Vastheid verwijst naar de eigenschap van iets dat stevig en onveranderlijk is. Het impliceert een gevoel van stabiliteit en betrouwbaarheid, waardoor het vaak wordt geassocieerd met zowel fysieke voorwerpen als abstracte concepten zoals overtuigingen of relaties.

Je kunt het woord 'vastheid' gebruiken in situaties waarin je wilt benadrukken dat iets niet zomaar kan veranderen of dat het stevig verankerd is. Het kan zowel in praktische zin worden toegepast, bijvoorbeeld als je het hebt over de vastheid van een constructie, als in emotionele zin, zoals de vastheid van iemands principes of vriendschappen. De nuance ligt in de connotatie van betrouwbaarheid en duurzaamheid.

Voorbeelden

  • De vastheid van de muren gaf het kasteel een imposante uitstraling.
  • In tijden van onzekerheid is de vastheid van haar vriendschap een grote steun voor hem.
  • De wetenschapper benadrukte de vastheid van zijn theorieën door ze met meerdere experimenten te onderbouwen.

Woordoorsprong

Het woord 'vastheid' is afgeleid van het bijvoeglijk naamwoord 'vast', dat afkomstig is van het Oudgermaanse 'fastus', wat 'vast' of 'stevig' betekent.

Veelgestelde vragen over vastheid

Wat is de betekenis van vastheid?

vastheid betekent: de zekerheid die iemand heeft in denken en handelen

Hoeveel betekenissen heeft vastheid?

vastheid heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft vastheid?

vastheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van vastheid?

Synoniemen van vastheid zijn: consistentie, hechtheid, stabiliteit, gestadigheid, bestendigheid.

Hoe gebruik je vastheid in een zin?

Voorbeeld: “De wisselvalligheid in zijn spel tegen Fognini was drie dagen later tegen Paire zeker nog niet verdwenen. Murray leverde in de eerste set zijn tweede en derde servicegame in, maar de 28-jarige Fransman miste eveneens de nodige zuiverheid en vastheid in zijn slagen. Bij 5-5 was de strijd in de eerste set nog helemaal open. In de tiebreak sloeg Murray echter genadeloos toe (7-1).de Telegraaf 10 jul. 2017 [https://www.telegraaf.nl/sport/tennis/252122/paire-kan-murray-niet-verrassen Paire kan Murray niet verrassen ]

Etymologie

* afleiding van vast

Uitdrukkingen

  • vastheid van betrekking