vastlopen

/ˈvɑstlopə(n)/

Wat is de betekenis van vastlopen?

vastlopen betekent: niet meer verder kunnen gaan

Betekenis

werkwoord
  1. niet meer verder kunnen gaan

Voorbeelden van "vastlopen" in een zin

  • De onderhandelingen waren vastgelopen en de vrede was niets dichterbij gekomen.
  • De machine was vastgelopen en kapot gegaan doordat het oliepeil te laag was.