vastlopen
/ˈvɑstlopə(n)/
Wat is de betekenis van vastlopen?
vastlopen betekent: niet meer verder kunnen gaan
Betekenis
werkwoord
- niet meer verder kunnen gaan
Voorbeelden van "vastlopen" in een zin
- De onderhandelingen waren vastgelopen en de vrede was niets dichterbij gekomen.
- De machine was vastgelopen en kapot gegaan doordat het oliepeil te laag was.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek