vastpraat
Wat is de betekenis van vastpraat?
vastpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten
Voorbeelden van "vastpraat" in een zin
- ... dat ik vastpraat.
- ... dat jij vastpraat.
- ... dat hij vastpraat.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek