vastpraat

Wat is de betekenis van vastpraat?

vastpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastpraten

Voorbeelden van "vastpraat" in een zin

  • ... dat ik vastpraat.
  • ... dat jij vastpraat.
  • ... dat hij vastpraat.