versiersel

onzijdig (het)/vərˈsirsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat is aangebracht ter verfraaiing, maar verder geen nuttig doel heeft
    Zorgelijker wordt het als we verder lezen. De Greef blijkt vooral te zijn gestopt omdat ze het vreselijk vond als ze een fout had gemaakt. 'Dit is niet handig met dit beroep. Je moet daar luchtiger mee omgaan.'Wie het als columnist jarenlang wil volhouden, moet het vooral niet erg vinden om fouten te maken. Die feiten zijn blijkbaar slechts frivole versierselen en de mening het nieuwe feit.Volkskrant Pieter Klok 20 september 2017
  2. uiterlijk teken horend bij een als eerbewijs toeɡekende onderscheiding
    Brandweervrijwilliger en kazernecommandant Henk Manenschijn (59) uit Rijssen is dinsdagmiddag koninklijk onderscheiden op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Rijssen-Holten. Hij is door de Koning benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Burgemeester Arco Hofland reikte hem de versierselen uit.Tubantia Jelle Boesveld 3 januari 2018
    Boomkamp is degene die Saxion in de laatste tien jaar gebracht heeft tot nu: totaal 26.800 studenten. Het hoogste aantal ooit. De versierselen werden hem in Enschede opgespeld door burgemeester Theo Schouten van Oldenzaal, waar Boomkamp woont.Tubantia Martin Ruesink en Angelique Rondhuis 15 december 2017

Etymologie

* van versieren

Vertalingen

Engelsornament, decoration
Spaansadorno, alhaja, condecoración