vervelend

/vərˈvelənt/

Betekenis

werkwoord
  1. niet boeiend
    Wat een vervelende klus, zeg...
  2. onaangenaam/onprettig en tegelijkertijd hinderlijk en lastig
    Ik schopte die vervelende jongen direct de klas uit.
    Er waren de nodige vervelende lui, die onbeschoft, arrogant of verwend waren en ik deed mijn best om ze te vermijden.
  3. intimiderend
    Wat is dat nu voor een vervelende opmerking?

Etymologie

*"vervelen" met de uitgang -d

Vertalingen

Engelsboring, annoying
Fransennuyeux, barbant, ennuyeux
Duitslangweilig, ekelhaft, nervig
Spaansaburrido, fastidioso, molesto