woorden
boek
Start
›
V
›
vierdag
vierdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een dag waarop men een feest viert en niet werkt
Synoniemen
rustdag
feestdag
hoogtijdag
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← vierdaagsen
vierdagen →