wankant

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ongeschaafde, ruwe, niet gerechte zijde van een houten balk of plank
  2. de foute, verkeerde kant
    Een 'geheugenis' is voor hem een nis die een herinnering vasthoudt. En net zo goed als er een 'wanklank' is, is er een wankant: de foute kant.

Vertalingen

Engelswany edge, dull edge