wankant
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ongeschaafde, ruwe, niet gerechte zijde van een houten balk of plank
- de foute, verkeerde kantEen 'geheugenis' is voor hem een nis die een herinnering vasthoudt. En net zo goed als er een 'wanklank' is, is er een wankant: de foute kant.
Vertalingen
Engelswany edge, dull edge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek