wankelen
/ˈwɑŋkələ(n)/
Wat is de betekenis van wankelen?
wankelen betekent: (inerg) onvast op de voeten staan, dreigen te vallen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) onvast op de voeten staan, dreigen te vallen
- (erga) op onvaste wijze zich ergens heen begeven
- dreigen ten onder te gaan
Voorbeelden van "wankelen" in een zin
- De plotselinge windvlaag deed hem wankelen.
- Hij is stomdronken naar huis gewankeld.
- Gerard Sanderinks ict-bedrijf Centric wankelt onder de aanhoudende stroom van slechte publiciteit. Die opmerkelijke bekentenis deed bestuursvoorzitter Louis Luijten maandagmorgen in de rechtszaal in Almelo.
Etymologie
* In de betekenis van ‘onvast gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsteeter, stagger
Franstituber
Duitsschwanken, torkeln
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek