wankel

/'wɑŋkəl/

Wat is de betekenis van wankel?

wankel betekent: wat niet stevig staat

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. wat niet stevig staat
  2. figuurlijk_in_het_nederlands onbestendig
bijwoord
  1. in wankele wijze
  2. figuurlijk_in_het_nederlands in onbestendige wijze
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wankelen
  2. gebiedende wijs van wankelen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wankelen

Voorbeelden van "wankel" in een zin

  • Binnen een uur zal het veulen proberen te gaan staan, wat in het begin nog wat wankel gaat.
  • Ik wankel.
  • Wankel!
  • Wankel je?

Etymologie

In de betekenis van ‘niet vast’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

afwankelrig
Duitswackelig
Engelsjiggly, shaky
noujevn, ujamn
nnujamn