wankel
/'wɑŋkəl/
Wat is de betekenis van wankel?
wankel betekent: wat niet stevig staat
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- wat niet stevig staat
- onbestendig
bijwoord
- in wankele wijze
- in onbestendige wijze
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wankelen
- gebiedende wijs van wankelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wankelen
Voorbeelden van "wankel" in een zin
- Binnen een uur zal het veulen proberen te gaan staan, wat in het begin nog wat wankel gaat.
- Ik wankel.
- Wankel!
- Wankel je?
Etymologie
In de betekenis van ‘niet vast’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Vertalingen
afwankelrig
Duitswackelig
Engelsjiggly, shaky
noujevn, ujamn
nnujamn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek