wapenstok
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- slagwapen in gebruik bij de politie“Bijna tweehonderd man is in Rotterdam opgepakt, een grote groep op de plek waar ze net uit de bus waren gekomen, en met flink wat geweld - wapenstokken en vuisten.” NRC Niels Posthumus 13 februari 2017
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek