warwinkel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drukke, verwarrende chaos
    Wie zijn bureau, gelegen boven De Geus, aanschouwt kan de vergelijking met de vuilstort Boeldershoek niet ontgaan. Zo groot is de warwinkel aan rekeningen en andere papierkraam. Maak daar maar eens chocolade van.
    Ik was per flitstrein van Tokio naar Kyoto gezoefd en had alleen maar metropool gezien, woontorens, kantoren, snelwegen, warwinkels van beton en staal en neon.

Vertalingen

Engelschaos, jumble, confused heap