warboel

mannelijk (de)/'wɑrbul/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. slordige gerangschikte spullen
    Stichting Richard Nieuwenhuizen zou het geld beheren volgens Buitenboys-voorzitter Richard Langeveld, maar de administratie is volgens hem een grote warboel. Op Facebook laat de club weten dat er inderdaad financiële toezeggingen door de ex-voorzitter zijn gedaan, maar deze niet schriftelijk zijn vastgelegd.de Telegraaf 24 aug. 2017
    De gemeente Amsterdam is de warboel aan geparkeerde scooters op het Leidseplein helemaal zat.de Telegraaf 04 okt. 2015
  2. een onoverzichtelijke drukte
    Duco Douwstra vindt het niet zo gek dat een bejaard stel 3 uur moest koukleumen voor een taxi die niet kwam opdagen. Het personenvervoer is een warboel, vindt hij.de Telegraaf 02 aug. 2017
    Laat je niet in de verleiding brengen om een taxi te nemen en vermijd zo de zenuwslopende verkeersdrukte die je in Parijs op elk moment van de dag kunt verwachten. De rekening van je luie ritje kan snel hoog oplopen als je vastzit in een warboel van toeterende auto’s.de Telegraaf 02 feb. 2016

Vertalingen

Engelsdisorderly mess, clutter, jumble