wasdoek

mannelijk (de)/ˈwɑzduk/

Wat is de betekenis van wasdoek?

wasdoek betekent: weefsel van linnen, katoen of jute, dat aan één zijde met vernis uit lijnolie wordt bestreken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. weefsel van linnen, katoen of jute, dat aan één zijde met vernis uit lijnolie wordt bestreken
  2. doek waarmee men parketvloeren voorziet van was
  3. doek waarmee men zich kan wassen

Voorbeelden van "wasdoek" in een zin

  • Ze hadden hun masker op van wasdoek en paraffine, met die nerveuze, licht radeloze blik. Op hun borst droegen ze de grote koperen bel, en om hun middel een gordel met belletjes. De Standaard 19 SEPTEMBER 2008 [http://www.standaard.be/cnt/gnj20lafv Brief aan mijn Belgisch lief]
  • Kant-en-klare wasdoeken zijn wel prijzig. Het van origine Amerikaanse merk Bee’s wrap biedt verschillende modellen en formaten aan. De versie voor een lunchpakketje kost bijna 13 euro. Voor drie lappen in verschillende maten betaal je 23,50 euro. Reformatorisch Dagblad Geertje Bikker-Otten 07-11-2016 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/praktisch-een-bijenwasdoek-kun-je-zelf-maken-1.1194706 Praktisch: een bijenwasdoek kun je zelf maken]
  • Claudel speelt met licht, geluiden, geuren: „Het smalle vertrek rook naar wasdoek en gietijzer, naar biergist, naar geboend parket. Daar dronk ik mijn jonge leven als een glas vruchtenlimonade.” Hij roept een verleden op dat soms bevreemdend, soms heel herkenbaar is. Reformatorisch Dagblad Esther Karels-Boonzaaijer 12-10-2010 [https://www.rd.nl/boeken/claudel-over-verliefdheid-en-dood-1.571154 Claudel over verliefdheid en dood]

Vertalingen

Engelsoilskin, oilcloth, wax cloth