wasdoek
mannelijk (de)/ˈwɑzduk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- weefsel van linnen, katoen of jute, dat aan één zijde met vernis uit lijnolie wordt bestrekenZe hadden hun masker op van wasdoek en paraffine, met die nerveuze, licht radeloze blik. Op hun borst droegen ze de grote koperen bel, en om hun middel een gordel met belletjes. De Standaard 19 SEPTEMBER 2008 [http://www.standaard.be/cnt/gnj20lafv Brief aan mijn Belgisch lief]Kant-en-klare wasdoeken zijn wel prijzig. Het van origine Amerikaanse merk Bee’s wrap biedt verschillende modellen en formaten aan. De versie voor een lunchpakketje kost bijna 13 euro. Voor drie lappen in verschillende maten betaal je 23,50 euro. Reformatorisch Dagblad Geertje Bikker-Otten 07-11-2016 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/praktisch-een-bijenwasdoek-kun-je-zelf-maken-1.1194706 Praktisch: een bijenwasdoek kun je zelf maken]
- doek waarmee men parketvloeren voorziet van wasClaudel speelt met licht, geluiden, geuren: „Het smalle vertrek rook naar wasdoek en gietijzer, naar biergist, naar geboend parket. Daar dronk ik mijn jonge leven als een glas vruchtenlimonade.” Hij roept een verleden op dat soms bevreemdend, soms heel herkenbaar is. Reformatorisch Dagblad Esther Karels-Boonzaaijer 12-10-2010 [https://www.rd.nl/boeken/claudel-over-verliefdheid-en-dood-1.571154 Claudel over verliefdheid en dood]
- doek waarmee men zich kan wassen
Vertalingen
Engelsoilskin, oilcloth, wax cloth
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek