weer
Wat is de betekenis van weer?
weer betekent: (meteorologie) de atmosferische omstandigheden
Betekenis
- (meteorologie) de atmosferische omstandigheden
- de gevolgen van 1
- (landbouw) gesneden ram of geitenbok
- het afweren, tegenstand, verwering, weerstand
- werkzame beweging, kracht, macht
- verschansing, verdedigingswerk (wal, muur, dijk)
- eelt
- aantasting, mede door invloed van licht en vochtigheid, vochtstip
- (België, Zeeuws, Noord-Brabants) knoest, kwast, knobbel
- afgesloten plaats aan zee voor visvangst, gevlochten visnetten ter afsluiting van water om vis te bewaren; visweer
- (gewestelijk) kleischoor, d.i. al dan niet met riet begroeide krib van kleiTheodorus Henricus van Doorn, Terminologie van Riviervissers in Nederland, Assen: Van Gorcum, 1971.
- (leenstelsel) recht op de heerschappij (beheer, genot of bewoning) over goederen, ambten en mensen (onvrije dienaren) die wel of niet aan een ander toebehoren
- (Noord-Hollands) landerijen tussen twee afwateringssloten (de zogenaamde weersloten)
- nog een keer
- van de andere kant (vaak als eerste deel van samenstellingen als weerspraak en weerstrijd)
Voorbeelden van "weer" in een zin
- De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte.
- Doordat de tent nat werd opgerold bleek er enige dagen later het weer in te zitten
- Weer wordt een volk gehersenspoeld door een autoritaire regeringWeer worden jonge soldaten gestuurd naar zinloze actiesWeer komen zij terug in lijkenzakken of met afgehakte ledematenWeer moeten miljoenen burgers vluchten uit hun vertrouwde omgevingWeer viert het fervente nationalisme hoogtij
Betekenis en uitleg van weer
Het woord 'weer' verwijst naar de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment, inclusief factoren zoals temperatuur, neerslag en wind. Het kan ook slaan op de herhaling van gebeurtenissen of situaties, zoals in 'het is weer zover'.
Je gebruikt 'weer' vaak als je het hebt over de actuele weersomstandigheden, zoals bij het bespreken van de dagelijkse temperatuur of de kans op regen. Daarnaast kan het ook duiden op iets dat terugkomt, bijvoorbeeld wanneer je zegt dat het weer tijd is voor een feest. Het woord draagt de nuance van herhaling of terugkeer.
Voorbeelden
- Het was gisteren zonnig, maar vandaag is het weer bewolkt.
- Na een lange periode van droogte regent het eindelijk weer.
- Het voelt alsof het weer de afgelopen weken steeds hetzelfde is geweest.
Woordoorsprong
Het woord 'weer' stamt uit het Oudnederlands en is verwant aan het Duitse 'Wetter', dat ook naar de atmosfeer verwijst.
Veelgestelde vragen over weer
Wat is de betekenis van weer?
weer betekent: (meteorologie) de atmosferische omstandigheden
Hoeveel betekenissen heeft weer?
weer heeft 15 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft weer?
weer is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je weer in een zin?
Voorbeeld: “De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte.”
Etymologie
* [I] (erfwoord) via Middelnederlands "weder" van Oudnederlands "wethar", als bijwoord van tijd: ‘opnieuw’ aangetroffen vanaf 901
Uitdrukkingen
- Mooi weer spelen — zich mooier voordoen dan men is
- Vroeg in de weer zijn — vroeg aan het werk zijn
- In de weer zijn — druk bezig zijn
- het is weer raak
- weer terecht zijn
- het ene oor in, het andere weer uit
- weg en weer