wijden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- iets ~ aan: geheel voor een bepaald doel bestemmenHij wijdde het eerste uur aan een uitgebreide inleiding.
- zich ~ aan: zich geheel toeleggen op iets (zich richten naar)Er viel as van mijn sigaret op mijn pantalon terwijl ik de naam van die stad uitsprak. Hij had het gezien en voordat ik kon protesteren, had hij een van zijn witte handschoenen uitgetrokken en wijdde hij zich met volledige aandacht aan het werkje om mijn broekspijp daarmee af te kloppen. Hij had magere, donkere handen.Hij wijdde zich aan de studie van middeleeuwse muzieknotatie.
- een heilige functie aan iets of iemand toebedelenToen de priester Willibrord in de zevende eeuw tot bisschop van Utrecht werd gewijd, ontwikkelde zich ook een kerkelijk centrum.
Etymologie
*<Middelnederlands: widen, wīen <Oudnederlands: wīun
Vertalingen
Engelsdedicate
Fransconsacrer
Duitswidmen, weihen
Spaansdedicar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek