winkelcentrum
Wat is de betekenis van winkelcentrum?
winkelcentrum betekent: gebied of overdekte galerij waar meerdere winkels en horecazaken zijn gevestigd
Betekenis
- gebied of overdekte galerij waar meerdere winkels en horecazaken zijn gevestigd
Voorbeelden van "winkelcentrum" in een zin
- We gingen een middagje winkelen in het plaatselijk winkelcentrum.
- Bij de balie van het hotel stond een kleine roze leenfiets waarop ik tevreden richting het winkelcentrum fietste.
Betekenis en uitleg van winkelcentrum
Een winkelcentrum is een grote overdekte of openlucht ruimte waar verschillende winkels en diensten zijn samengebracht. Het is een plek waar mensen kunnen winkelen, socializen en vaak ook genieten van eetgelegenheden.
Het woord 'winkelcentrum' wordt vaak gebruikt om een locatie aan te duiden waar consumenten meerdere winkels onder één dak kunnen vinden. Het is een populaire bestemming voor een dagje uit, vooral tijdens het weekend of tijdens de feestdagen. Hoewel ze vaak gericht zijn op mode en consumptiegoederen, bieden winkelcentra ook vaak entertainment en eetgelegenheden aan, wat ze tot een veelzijdige uitgaansplek maakt.
Voorbeelden
- Het nieuwe winkelcentrum in de stad heeft een breed scala aan winkels, van mode tot elektronica.
- Tijdens de regenachtige zondag besloten we naar het winkelcentrum te gaan om te shoppen en te lunchen.
- Het winkelcentrum organiseert regelmatig evenementen, zoals modeshows en muziekoptredens, om bezoekers te trekken.
Woordoorsprong
Het woord 'winkel' komt van het Oudnederlandse 'wincle', wat 'hoek' of 'plaats' betekent, en 'centrum' is afkomstig van het Latijnse 'centrum', wat 'midden' of 'hart' aanduidt. Samen vormen ze een term voor een centrale plek waar winkels samenkomen.
Veelgestelde vragen over winkelcentrum
Wat is de betekenis van winkelcentrum?
winkelcentrum betekent: gebied of overdekte galerij waar meerdere winkels en horecazaken zijn gevestigd
Welk woordgeslacht heeft winkelcentrum?
winkelcentrum is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je winkelcentrum in een zin?
Voorbeeld: “We gingen een middagje winkelen in het plaatselijk winkelcentrum.”