winkelierster

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijke eigenaar van een winkel
    Het was de winkelierster Galoezina die van de nog maar net begonnen kerkdienst naar huis terugkeerde.
    De winkelierster staat vierkant achter het idee om met name plaatselijke kunstenaars een podium te bieden, al zijn er volgens haar ook mensen die niet weten van de omvang van het project.

Etymologie

* afleiding van winkelier