winkelwijk

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel van een stad met veel winkels zijn
    In een winkelwijk in het oosten van de stad bracht een tweede aanslagpleger zijn riem met explosieven tot ontploffing; daarbij zouden twee dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Andere bronnen melden dat er negen mensen zijn gedood bij de twee aanslagen. Ook raakten bijna twintig mensen gewond.