Wout

mannelijk (de)/wɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straattaal (straattaal) politieagent
    Een ‘wout’ heeft een beschonken fietser aangehouden. De wout: "Ge het gin licht op…" De man: "Dè klopt… enkel donker."

Etymologie

*mogelijk van Middelnederlands "wout", misschien ook beïnvloed door de naam "Wout"