zeeforel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzefoˌrɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (visserij) (voeding) (straalvinnigen) vorm van de forel, (var. trutta), die vanuit de zee de rivieren optrekt om te paaienDe zeeforel en de beekforel horen tot dezelfde soort, maar voeren een ander leven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek