zeepbeleconomie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) een economie gekenmerkt door afwisseling van sterke groei gevolgd door een snelle ineenstortingOnder de regering Bush had Amerika een zeepbeleconomie, die nog voor het eind van zijn ambtstermijn uiteenspatte
Vertalingen
Engelsboom-and-bust economy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek