zittingsdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dag dat een rechtbank een bepaalde zaak behandeltAan het slot van de zittingsdag vertelde Atasoy over de in zijn ogen belachelijke eisen van de inspectie, bijvoorbeeld om vermeende radicale figuren buiten de deur te houden. Hoe moest hij tientallen salafistische ouders buiten de deur houden, gesteld dat die er zouden zijn?Dat blijkt donderdag op de derde zittingsdag van het proces tegen B. (50), zijn schoonvader Jan te R. (75) en zijn vrouw Jolande te R. (51) uit Almelo.
Vertalingen
Engelssession day, day of hearings
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek