Bruin
onzijdig (het)/brœyn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleur) kleur zoals die van koffie of chocola, tertiaire kleur die wordt verkregen door rood, geel en blauw te combinerenBruin is de kleur van aarde en dus de kleur die ons dichter naar de aarde toebrengt.[https://www.ultimatedesigns.nl/kleuren-en-hun-betekenissen/ Kleuren en hun betekenissen], Ultimate DesignsDat bruin ziet er best mooi uit.De victoriaanse tegels onder mijn blote voeten voelden koud aan; ik wriemelde met mijn tenen op het bruin en blauw.
- paard, vooral een paard met een vacht in de kleur als van koffie of chocola
Etymologie
*van Middelnederlands "brun", "bruun" “bruin, donker, glanzend”, als kleurnaam aangetroffen vanaf 1210; uit Germaans *brūna-, verwant aan Duits "braun", Engels "brown", Fries "brún"
Uitdrukkingen
- dat kan bruintje niet trekken. — dat is te duur.
- te erg maken
Vertalingen
Engelsbrown, brown
Fransbrun, brun
Duitsbraun, braun
Spaansmarrón, marrón
Italiaansbruno, bruno
Turkskahverengi, kahverengi
Poolsbrąz, brązowy
Deensbrun
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek