dood
mannelijk/vrouwelijk (de)/dot/
Wat is de betekenis van dood?
dood betekent: (biologie), (medisch), (religie) de toestand nadat het leven is geëindigd
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie), (medisch), (religie) de toestand nadat het leven is geëindigd
- (biologie), (medisch) het tot het einde komen van een leven, de overgang naar de onder [1] genoemde toestand
- (biologie), (kunst) skeletvormige figuur, vaak met zeis, die bovengenoemde toestand personifieert
- heel erg, als eerste deel in een samenstelling dat de intensiteit van het tweede deel benadruktVoor zover deze samenstellingen zijn gevormd zonder tussen-s (een oude genitief) en zeker wanneer het gaat om werkwoorden kunnen ze ook worden opgevat als gevormd met het bijwoordelijk gebruikt "dood".
Voorbeelden van "dood" in een zin
- Vele mensen vrezen de dood.
- Hij woonde daar tot zijn dood.
- Men kan zich echter eveneens afvragen wat de natuur, de kosmos of het Zijn aan de zogenaamde grote persoonlijkheden en hun aanspraak op onsterfelijkheid eigenlijk gelegen is, omdat de dood met zijn nivellerende zeis alle menselijke rangverschillen toch onverbiddellijk wegmaait.R.F. Beerling, [http://www.dbnl.org/tekst/_gid001196601_01/_gid001196601_01_0051.php Denken over de dood], De Gids. Jaargang 129, 1966
- Hij was schatrijk, maar leefde in een doodgewoon rijtjeshuis.
Etymologie
**: in de betekenis ‘niet meer levend’ aangetroffen vanaf 1100 (met de betekenis ‘onvruchtbaar’ in nog oudere toponiemen)
Uitdrukkingen
- als de dood zijn voor
- De dood of de gladiolen — Alles of niets, de overwinning of de ondergang
- Ergens een broertje dood aan hebben — Ergens een grote hekel aan hebben
- Eruitzien als de dood van Ieperen — Er slecht (mager, ongezond) uitzien
- De dood in de pot — Heel saai
- De dood op het lijf jagen — Iemand heel bang maken
- De kleine dood — Een orgasme
- Dood en verderf verspreiden/zaaien — Grote verwoestingen aanrichten (inclusief het maken van dodelijke slachtoffers)
Vertalingen
Engelsdeath, dead
Fransmort, mort
DuitsTod, Sensenmann, Tod
Spaansmuerte, muerto
Italiaansmorte
Portugeesmorte
Russischсмерть
Japans死
Poolsśmierć
Zweedsdöd, död
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek