Leiden
/ˈlɛidə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een leidinggevende functie hebben
- ~ tot; iets tot gevolg hebbenHij vond het een niet te verteren vooruitzicht dat Van Alphen na zijn dood zou worden overgenomen door' BMM Volkerwessels of Boskalis, maar daarnaast zag hij wel degelijk het gevaar dat zijn nalatenschap zou kunnen leiden tot een schisma binnen zijn gezin.
- ~ naar; sturen, brengen, geleidenMijn zondagochtendlijke fietstochten leidden me de afgelopen jaren echter niet langer naar kerkgebouwen, maar ik voelde me steeds meer aangetrokken tot de natuur.
- ~ door: voeren door een bepaald gebiedHet pad voor me, niet meer dan 25 cm breed, zou mij door de staten Californië, Oregon en Washington leiden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘doen gaan, aanvoeren’ voor het eerst aangetroffen in 901
Uitdrukkingen
- Alle wegen leiden naar Rome — er zijn veel manieren om je doel te bereiken ofwel: de uitkomst is altijd hetzelfde
- Een luizenleven leiden — Een gemakkelijk leven hebben.
- Er zijn vele wegen die naar Rome leiden — iets kan vaak op meerdere manieren gedaan/bereikt worden
- Iemand bij de neus hebben (-nemen of leiden)
- Iemand om de tuin leiden — iemand beetnemen of bedriegen
Vertalingen
Engelslead
Fransdiriger
Duitsleiten, führen
Spaansllevar, conducir, guiar
Russischвести, вести
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek