Schalk
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spottend) iemand die op een vrij onschuldige manier plagerig of ondeugend isWat ben jij toch een schalk!
- (techniek) eenvoudig hijstoestel
- (bouwkunde) een zuil die tegen een wand of pijler geplaatst is en niet vrij staat in de ruimte; een pilaster die rond i.p.v. plat van vorm is
- (verouderd) sluw, arglistig iemand
- (verouderd) dienaar, knecht
Etymologie
*Van het Oudnederlandse skalk "knecht", verdere etymologie onzeker. In de betekenis van ‘grappenmaker’ voor het eerst aangetroffen in 1782
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek