aanhebben

/ˈanhɛbə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) een kledingstuk of sieraad dragen
    Ze had haar bikini aan.
    De resterende vijf maanden heb ik nooit meer een onderbroek aan gehad {{sic!
    In de ogen van de muzieksnob zijn we de muziek waar we naar luisteren. Wat de kledingsnob betreft, zijn we de broek die we aanhebben.

Vertalingen

Engelshave on, wear