aanhechting
vrouwelijk (de)/ˈanhɛxtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aanhechtenDe aanhechting van een nieuwe wandbekleding.
- plaats waar aangehecht isDe aanhechting van de spieren.
Etymologie
* van aanhechten .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek