aanhollen
/ˈanhɔlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- rennend naderen; met hollende vaart aansnellenNee, dan mevrouw Dubois. Zij krijgt dagelijks fysiotherapie en massage. Plus natuurlijk de allerbeste medische zorg. Ze hoeft maar te hoesten en de dokter komt aanhollen. Mevrouw Dubois ziet er dan ook stralend uit. Ze staat erop ons mee te nemen naar het restaurant. „Net een nieuwe chef”, glundert ze. „Uit Florence.” Mijn vriendin vertelt dat haar kinderen hier vaak komen dineren, zo goed is het eten. „We logeren dan in het bijbehorende vijfsterrenhotel, zodat we haar nergens mee belasten.”NRC Pia de Jong 19 april 2016door die arrogante baron die dacht dat hij een vrouw maar hoefde te wenken om haar te laten komen aanhollen; hij volgde de gewoonten van zijn plunderende voorouders die geleefd hadden van roof en verkrachting.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek