afstandelijkheid
vrouwelijk (de)/ɑf'stɑndələkhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het ergens niet emotioneel bij betrokken zijnTegelijkertijd is het illustratief voor de afstandelijkheid ten opzichte van de kolonies door de jaren heen van zowat alle Oranjevorsten. De overzeese gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden waren lange tijd vooral wingewesten met een tweederangs status. Daar heersten vormen van racisme, uitbuiting, slavernij en discriminatie.
- iets wat getuigd van geringe emotionele betrokkenheid
Etymologie
* afleiding van afstandelijk
Vertalingen
Engelsdetachment, coldness, air of distance
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek