afval

onzijdig (het)/ˈɑfɑl/

Wat is de betekenis van afval?

afval betekent: onbruikbare resten die weggegooid worden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onbruikbare resten die weggegooid worden
zelfstandig naamwoord
  1. het afvallen, verlating van een persoon of overtuiging waaraan men eerder was toegewijd

Voorbeelden van "afval" in een zin

  • Morgen komen ze het afval ophalen.
  • Doordat ik vaak dagenlang geen afvalbak tegenkwam, droeg ik altijd een zak vol gebruikte wc-papiertjes bij me. Het was altijd weer een enorme opluchting om in een dorpje mijn wc-papier en ander afval weg te kunnen gooien.
  • De grondtoon van het boek getuigt van een cultuurpessimisme, dat vooral tot uiting komt in wantrouwen jegens een volledig geseculariseerde samenleving. De afval van God lijkt vanuit een gelovig gezichtspunt betekenis te hebben, maar dat is volgens hem een vergissing.

Etymologie

*Afgeleid van afvallen

Vertalingen

Engelswaste, garbage
Spaansbasura, desecho, desperdicios
Poolsodpad(y), śmieci