afvalligheid
vrouwelijk (de)/ɑˈfɑləxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het ontrouw worden aan zijn geloofDe afvalligheid van de man nam toe.
Etymologie
*Afgeleid van afvallig .
Vertalingen
Engelsapostasy
Fransapostasie, défection
DuitsAbtrünnigkeit
Spaansapostasía
Italiaansapostasia
Russischотступничество
Chinees變節, 变节, 叛教
Japans背信
Koreaans배교
Arabischردة, ارتداد
Zweedsavfall
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek