baat

mannelijk/vrouwelijk (de)/bat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets met een gunstig effect
    Wegen de baten tegen de lasten op?
    Hoewel het huis nog steeds duistere hoekjes had en iets verweesds uitstraalde, had het baat bij haar kalme en oplettende aanwezigheid. Ze zei nooit veel, ze deed gewoon haar werk en nam de wekelijkse envelop met peseta's met een knikje aan van Harold.
  2. boekhouding (boekhouding) het geld dat voor iets ontvangen is of ontvangen moet worden
    We boeken de baten aan de creditzijde.
  3. de gelegenheid te baat nemen: voordeel trekken van een bepaalde mogelijkheid
    Nu we hier toch zijn neem ik de gelegenheid te baat om je te feliciteren met je nieuwe baan.
  4. ten bate van: ter ondersteuning van
    er was een actie ten bate van het rode kruis.

Etymologie

* In de betekenis van ‘nut’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • De kost gaat voor de baat uiteerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan
  • te baat

Vertalingen

Engelsbenefit
Fransavantage
DuitsNutzen, Vorteil
Spaansprovecho, activo, ingreso
Italiaansbeneficio, vantaggio, profitto
Zweedsgagn
Deensfordel