bedeling
vrouwelijk (de)/bə'delɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aan de armen uitdelen van giften
- een bij wijze van bedeling (1) uitgedeelde gift
- plaats waar bedeeld wordt
- (religie) de schenking van Gods gaven
Etymologie
* van bedélen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek