bedelstaf
mannelijk (de)/'bedəlstɑf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) de staf (stok) waarmede een bedelaar liep, als kenmerkend voorwerp van zijn conditie en symbool van diepe armoede
Uitdrukkingen
- Tot de bedelstaf (of bedelzak) (ge)raken — tot diepe armoede vervallen
- Aan den bedelstaf brengen — in diepe armoede storten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek