beginnen
/bəˈɣɪnə(n)/
Wat is de betekenis van beginnen?
beginnen betekent: (inerg) voor het eerst gaan doen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) voor het eerst gaan doen
- (ov) in gang zetten, initiëren
- (intr) een aanvang nemen
Voorbeelden van "beginnen" in een zin
- Ik wilde met het werk beginnen, maar moest eerst de juiste spullen halen.
- Dit project werd begonnen in 2007.
- Het had geen zin om het uit te stellen. Als het gedaan is wanneer het is gedaan, is het beter als het zo snel mogelijk wordt aangevangen. De volgende ochtend zou ik beginnen.
- Oscar en hij hadden natuurlijk een ingenieursfirma kunnen beginnen in Bergen, ze zouden meer hebben kunnen verdienen dan de eerste levensbehoeften, zelfs iets hogerop zijn gekomen, al hadden ze het hoogstwaarschijnlijk niet tot de sociëteit van Bergen geschopt.
- Het begon te ijzelen.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "beghinnen" van Oudnederlands "biginnan" afgeleid van "ginnan" "aanvangen" , in de betekenis van ‘aanvangen’ aangetroffen vanaf 901
Uitdrukkingen
- niet beginnen aan
- van nul beginnen
Vertalingen
Engelsstart, begin, start
Franscommencer
Duitsanfangen, beginnen, beginnen
Spaanscomenzar, empezar, iniciar
Italiaanscominciare
Portugeescomeçar, iniciar
Japans始まる, はじまる
Poolszaczynać
Zweedsbörja
Deensbegynde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek