bezoeking

vrouwelijk (de)/bə'zukɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bezocht worden door een kwelgeest
  2. overdrachtelijk een zaak die als een kwelling ervaren wordt
    Die bureaucratische regeltjes zijn een echte bezoeking.

Etymologie

* van bezoeken

Vertalingen

Spaanscastigo