binnenzee
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een nevenzee die door een (nauwe) zeestraat verbonden is met andere zeeën en/of oceanen
- een groot meer met zout waterBeaufort 10 heeft de Kralingse Plas in Rotterdam veranderd in een grommende binnenzee. Stormvlagen trekken sporen van wit schuim; het water kolkt. Ik ga mijn zeilboot inspecteren, die op de wal staat bij de Kralingsche Zeilclub. Op de hoek bij de sluis van de Plas is bij werf ‘Zaal’ een populier omgewaaid. Hij is precies tussen een botenloods en een theehuisje gevallen. Op de zeilclub is het een pandemonium. Alles fluit, jammert, giert en wappert. Plastic huiken slaan kapot en een boot vliegt van zijn trailer. Ik snoer mijn dekzeil aan met hulpeloze touwtjes. Tegen dit geweld is niets bestand.NRC J. van der Vaart 19 januari 2007
Vertalingen
Engelsmarginal sea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek